IMG_0101
previous arrow
next arrow
Shadow

‘Inteelt en verwantschap op DNA niveau gaan we nu ook bijhouden in Doesdata’

Info van ZooEasy, VHL, Raad van Beheer

Als rasvereniging kun je een ZooEasy database gebruiken om alle informatie van je ras op één plek bij elkaar op te slaan. Wij doen dit al jaren gezamenlijk met de buitenlandse rasverenigingen in onze ZooEasy database Doesdata.

Inteelt Coëfficiënt

Met behulp van ZooEasy kun je gemakkelijk de inteeltcoëfficiënt (COI) en het Mean Kinship (MK) van een hond of toekomstige puppy berekenen. Deze berekeningen worden uitgevoerd op basis van de stamboomgegevens. Maar tegenwoordig is het ook mogelijk om een COI en diversiteit te laten bepalen op basis van DNA onderzoek. Hiermee krijg je een nog duidelijker en gepersonaliseerd beeld. COI en diversiteit kan bij diverse commerciële laboratoria worden getest.

Sinds kort is het ook mogelijk om als rasvereniging deze COI’s op DNA niveau te verkrijgen. Van Haeringen Laboratorium (VHL) test voor de Raad van Beheer het DNA van alle Nederlandse stamboompups en hun ouders. Doel hiervan is om de afstamming van de geboren pups vast te stellen. Als onderdeel van dit DNA onderzoek worden ook de COI’s van deze honden bepaald. We hebben een convenant afgesloten met de Raad en VHL om deze cijfers te ontvangen. Deze gegevens worden gelegd in Doesdata. Dit kost de Nederlandse fokkers geen extra geld en geen extra test, het DNA wordt al verplicht afgenomen door de chipper van de Raad.

Inteelt en diversiteit

Een gezonde populatie is gebaseerd op het behoud van voldoende genetische diversiteit. Daarom willen we graag een hoge heterozygositeit, terwijl we tegelijkertijd de COI van nakomelingen willen beheersen en laag willen houden. Een laag COI is belangrijk om de negatieve effecten van inteelt zoveel mogelijk te beperken. Een hogere waarde voor genetische diversiteit maakt juist dat een hond bijvoorbeeld een goed functionerend immuunsysteem heeft en eventuele ziektes kan overwinnen. COI en heterozygositeit houden met elkaar verband; hoe hoger de COI, hoe lager de heterozygositeit. En hoe lager de heterozygositeit, hoe hoger de COI.

Honden die zelf een hoog COI hebben, kunnen alsnog nakomelingen met een laag COI en een hoge diversiteit krijgen. Inteelt zelf is namelijk niet erfelijk, het gaat erom hoe de reu en de teef verwant aan elkaar zijn. Als reu en teef beide een laag COI hebben maar wel verwant aan elkaar zijn, zullen pups een hoger COI hebben. En andersom, als de reu en/of teef zelf een hoog COI heeft of hebben, kunnen ze als combinatie samen alsnog pups met een laag COI krijgen. Zolang reu en teef maar niet aan elkaar verwant zijn.

Helaas zijn de COI’s van VHL en van andere labs zoals bijvoorbeeld Embark, MyDogDNA en Feragen niet vergelijkbaar met elkaar. Dit komt doordat deze laboratoria allemaal een iets ander DNA profiel maken en een andere manier van waardes berekenen gebruiken. De bedrijven beschermen hun werkwijzes en houden de details over de basis van de testen geheim. We zullen daarom diverse velden in Doesdata (moeten) toevoegen, ook voor waardes van andere laboratoria die sinds kort bijvoorbeeld door de IGS worden gebruikt. Alleen waardes van hetzelfde lab kunnen onderling worden vergeleken. Onder andere de Wageningen Universiteit is bezig met onderzoek naar de verschillende testen en eventuele mogelijkheden om deze in de toekomst te kunnen vergelijken, maar dat staat nog in de kinderschoenen helaas. U kunt hier eventueel meer over lezen in de WUR publicatie ‘WEWI-rapport 403 Fokken van gezonde rashonden 2024, Hoofdstuk DNA Testen’ van Jack Windig.

Omdat VHL via de Raad van Beheer automatisch in het bezit komt van de DNA profielen voor ouderschapsverificatie van alle in Nederland geboren Schapendoes pups, zal deze DNA-COI in de toekomst bij steeds meer doezen automatisch zichtbaar zijn in Doesdata, gelijk aan de ECVO, HD/ED en PL uitslagen die de RvB aan ons verstrekt.

Uiteraard kunnen buitenlandse Schapendoes rasverenigingen ook hun DNA profiel bij VHL/Combibreed gaan laten maken en zullen er speciale Schapendoes-pakketten/aanbiedingen worden gecreëerd met daarin bijvoorbeeld de gevalideerde PRA gentest en toekomstige voor het ras gevalideerde, relevante testen. Er zijn laboratoria in Scandinavië (ScandiGen), Duitsland (Certagen) en België (VHL) die onderdeel zijn van de VHL group en de informatie uitwisselen. Ook kunnen er op verzoek speciale projecten worden gestart om grotere groepen honden die al in het verleden al bij andere labs zijn getest (of nog nooit werden onderzocht) eenmalig als batch te testen en in te lezen bij Combibreed/VHL.

We zullen ons als bestuur inzetten om de buitenlandse zusterverenigingen en eigenaren te overtuigen bij voorkeur bij VHL te testen zodat de populatie als geheel inzichtelijk wordt, en zodra de dataset groot genoeg is, ook fokadviezen en proefparingen kunnen worden berekend op basis van DNA niveau. We kunnen het DNA gaan inzetten als extra selectie mogelijkheid welke pups in het nest het meest waardevol zijn voor de fokkerij, naast alle andere criteria. Daarnaast zullen we vanzelfsprekend ook volop meewerken aan initiatieven om de verschillende testen van diverse laboratoria in de toekomst te kunnen gaan vergelijken, en zoveel mogelijk voorkomen dat honden dubbel getest moeten worden.

Indien uw Schapendoes zijn/haar DNA profiel nog voor de tijd van het ISAG2020 profiel heeft gekregen en u uw hond wel graag zou willen laten testen op IC en heterozygositeit op DNA niveau, kunt u dit melden bij het bestuur/fac. We zullen dan controleren of uw hond inderdaad niet in de binnenkort te ontvangen dataset zit. We kunnen dan een project opzetten in samenwerking met VHl/Combibreed om deze eenmalig als batch toe te voegen. De kosten hiervan zullen afhangen van de hoeveelheid Schapendoezen die tegelijk deel willen nemen. Mocht een Schapendoes al met spoed moeten worden getest, dan hebben we als vereniging een kortingscode die gebruikt mag worden bij Combibreed. Neem hiervoor contact op met het bestuur.

Stand onderzoek 2025:

Met onze Duitse zustervereniging, de IGS, zijn we een onderzoek gestart naar de mogelijkheden om de diverse uitslagen van DNA
testen van verschillende labs te kunnen vergelijken. De beginfase is in 2025 afgerond. In samenwerking met de WUR is een groep van 30 honden geselecteerd waarbij begin 2026 DNA zal worden afgenomen, wat door 4 laboratoria wordt getest. Daarna zal de WUR de data van de labs analyseren en waar mogelijk met suggesties komen voor het vergelijk en gebruik. We zullen het komende jaar verslag van de voortgang blijven doen.

Stand onderzoek juni 2026:

DNA-onderzoek door Prof. Jack Windig. Hiervoor zijn er bij Duitse en Nederlandse doezen DNA afgenomen en naar 4 verschillende laboratoria verstuurd. Dit om de resultaten te vergelijken en indien mogelijk te koppelen. De WUR is nu bezig met de analyse van alle data.

Maatregelen in Doesdata:

Door ons lopende laboratorium-vergelijkingsonderzoek, en doordat sowieso veel meer mensen testen (in binnen- en buitenland) krijgen we steeds meer uitslagen van diverse DNA testen. In overleg met de deelnemende landen aan Doesdata is besloten dat we de uitslagen van 3 bij Schapendoezen voorkomende ziektes verder gaan monitoren. De ziektes zijn vooralsnog geen probleem binnen de populatie en dat willen we proberen zo te houden:

Hyperuricosurie (HUU). Dit is een erfelijke stofwisselingsziekte bij honden waarbij er te veel urinezuur in het bloed en de urine zit. Hierdoor ontstaan er makkelijk pijnlijke urinezuurstenen (blaas- en nierstenen). In Nederland kennen we (2026) een tweetal gevallen van HUU.

Neuronale Ceroïde Lipofuscinosis (NCL-6). Een verzameling dodelijke, erfelijke stofwisselingsziekten. Afvalstoffen hopen zich op in de hersenen en het zenuwstelsel. De ziekte is ongeneeslijk en leidt tot blindheid, ernstige dementie en motorische uitval. Voor zover bekend is er 1 geval geconstateerd in Noorwegen.

Chondrodystrofie (CDDY). Het is een genetische afwijking waarbij de poten van een hond korter blijven dan normaal (dwerggroei) en de tussenwervelschijven in de rug sneller verharden en degenereren. Dit laatste brengt een sterk verhoogd risico op de pijnlijke ruggenmergziekte IVDD met zich mee. Laagbenigheid/lange ruggen komen voor in het Schapendoesras. Of dit gerelateerd is aan CDDY is vooralsnog niet bekend.

De uitslagen van de DNA testen zijn niet vergelijkbaar met onze Schapendoes gPRA test. De gPRA test is na lange samenwerking en onderzoek specifiek voor de Schapendoes ontwikkeld. De PRA test is verplicht voor de fokkerij. Lijders aan PRA worden blind, daarom mag er met lijders niet worden gefokt. Een drager mag alleen worden gecombineerd met een vrije hond.

Bij HUU zien we momenteel verschillende verschijnselen. De test is niet specifiek ontwikkeld voor de Schapendoes maar de laboratoria/specialisten stellen dat de vorming van gruis niet rasgebonden is. Echter, een hond die als lijder getest wordt, hoeft klinisch niet ziek te zijn of te worden. Daarom worden genetische HUU lijders niet uitgesloten voor de fok als zij geen klachten hebben (gezond verklaring van de dierenarts), maar moeten zij wel met een vrij geteste hond worden gecombineerd, net als een drager. Testen op HUU is niet verplicht voor de fokkerij. Dr. Hille Fieten van de Universiteit van Utrecht heeft aangegeven dat om HUU vast te stellen, er altijd urine onderzoek moet plaatsvinden, een genetische test is niet toereikend om HUU te constateren. Het genetisch profiel zegt niet of een hond ziek is.

Voor NCL is wel een specifieke Schapendoestest ontwikkeld door een Noorse Universiteit. Tot nu toe zijn alle (80+) uitslagen in Doesdata ‘vrij’, er zijn geen dragers en lijders gevonden, de ziekte is niet vaker opgedoken. Er hoeft hier voorlopig geen fokbeleid voor te worden gemaakt en testen is ook niet verplicht voor de fok.

De test op CDDY/IVDD is een niet-rasspecifieke risico indicatie, hier worden geen vrije/dragers/lijders aangegeven maar een indicatie op een al dan niet verhoogd risico op het krijgen van de aandoening (geen risico/verhoogd risico/dubbel verhoogd risico). Deze risico indicatie geeft niet aan dat de hond de ziekte heeft of zal krijgen, het is een kans aanduiding. Zelfs in het teckelras geeft bv een dubbel verhoogd risico geen uitsluitsel of een hond klachten zal krijgen. Ook bijvoorbeeld bijna alle Nederlandse Kooikerhondjes zijn genetisch lijder aan CDDY, maar hernias komen amper voor. Vooralsnog laten wij deze aandoening buiten ons fokadvies en hoeft er geen rekening gehouden te worden met de genetische uitslag van deze test bij het maken van combinaties. Testen is niet verplicht voor de fok. Wel blijven we de uitslagen registreren die uit de Health test kits komen, om mogelijk in de toekomst een beter beeld te kunnen vormen als er meer bekend is over een eventuele link met laagbenigheid in ons ras. Dr. Hille Fieten van de Universiteit van Utrecht heeft aangegeven dat er alleen sprake kan zijn van CDDY indien er een hernia bij de hond is vastgesteld.